Als een samenwerking vastloopt, weten de betrokkenen vaak verrassend goed aan wie het ligt. Aan de ander. En het opmerkelijke is dat die ander daar meestal precies hetzelfde over denkt.
De afgelopen
weken kwam ik dat in verschillende situaties tegen.
Twee mensen
werken samen in een bestuur. Ze verschillen behoorlijk van elkaar, als persoon,
in aanpak en stijl. Dat kan heel aanvullend zijn, maar kan ook behoorlijk schuren.
Aanvankelijk is er vooral voorzichtigheid. Wennen aan elkaar, verbazing over
hoe anders de ander zaken aanpakt. En af en toe irritatie wanneer die ander
iets doet wat niet werd verwacht.
Gaandeweg
verandert de dynamiek. Wat eerst verbazing opriep, wordt irritatie. Verschillen
in aanpak worden steeds vaker gezien als tekortkomingen van de ander.
Uiteindelijk gaat het nauwelijks nog over hoe ze hun verschillende kwaliteiten
kunnen benutten, maar vooral over wie verantwoordelijk is voor het vastlopen
van de samenwerking.
Een andere
situatie: twee partijen gingen jaren geleden een langdurige samenwerking aan. Ze
maakten gedetailleerde afspraken, maar hielden daarbij nauwelijks rekening met
toekomstige ontwikkelingen. Intussen veranderden de techniek, de maatschappij
en de markt waarin ze opereren behoorlijk. Hun werkelijkheid veranderde, maar
hun afspraken nauwelijks.
Wie de
samenwerking uitsluitend beoordeelt vanuit wat ooit is afgesproken, ziet
afwijkend gedrag al snel als onwil. De ander houdt zich niet aan afspraken,
werkt tegen of probeert onder verplichtingen uit te komen. Dat die ander
inmiddels in een wezenlijk andere werkelijkheid opereert, raakt uit beeld.
In beide
situaties gebeurt iets vergelijkbaars. We kijken niet meer alleen naar wat de
ander doet, maar vullen ook in waarom die ander dat doet. Verschillen worden
tekortkomingen, tekortkomingen worden verwijten en uiteindelijk wordt de ander
het probleem.
De
ander is het probleem
Schuldigen
zoeken is aantrekkelijk. Het maakt een ingewikkelde situatie overzichtelijk.
Als duidelijk is wie het probleem veroorzaakt, weten we ook wie het moet
oplossen. Bovendien beschermt het ons tegen ongemakkelijke vragen over ons
eigen handelen. Waar we ons eigen gedrag verklaren uit de omstandigheden,
schrijven we dat van anderen al snel toe aan hun karakter of bedoelingen. Ik
reageer op een lastige situatie, de ander is onredelijk of onbetrouwbaar.
Zo raken we
steeds verder verwijderd van de vraag hoe de situatie is ontstaan en wat we
zelf kunnen bijdragen om die te veranderen.
Ontschuldigen is moeilijker dan beschuldigen
Het begrip
wordt onder meer gebruikt in systemisch werken. Ontschuldigen betekent niet dat
iemand niet verantwoordelijk is voor zijn gedrag of dat alles moet worden
vergoelijkt. Het betekent dat je probeert te begrijpen hoe een situatie is
ontstaan, voordat je bepaalt wat er moet worden gedaan of wie verantwoordelijk
is.
Wat gebeurde
er tussen ons? Welke verwachtingen hadden we? Wat veranderde er in onze
omstandigheden? Wat hebben we over en weer niet gezien of begrepen? En minstens
zo
belangrijk: wat is mijn eigen aandeel? Beschuldigen zet je als het ware op
de tribune. Je kunt aanwijzen wat de ander verkeerd doet, zonder zelf iets te
hoeven veranderen. Ontschuldigen vraagt dat je weer het speelveld opgaat. Niet
omdat het ineens jouw schuld is, maar omdat je onderdeel bent van wat er
gebeurt en dus ook kunt bijdragen aan verandering.
De
schuldige is gevonden
Ook in het
publieke debat is de zoektocht naar schuldigen vaak makkelijker en aantrekkelijker
dan het onderzoeken van het probleem. Tijdens het recente Kamerdebat over
terreurverheerlijking stelde BBB-leider Caroline van der Plas dat burgemeester
Halsema moest opstappen vanwege haar optreden rond de demonstraties van 7
oktober. Daarmee dreigde de aandacht te verschuiven van vragen over de grenzen
van het demonstratierecht, de bescherming van burgers en de
verantwoordelijkheden van verschillende autoriteiten naar één persoon: de
burgemeester.
Natuurlijk
mogen bestuurders ter verantwoording worden geroepen. Maar zelfs als burgemeester
Halsema zou opstappen, zijn die vragen daarmee niet beantwoord. Een schuldige
aanwijzen is iets anders dan een probleem oplossen.
Ook in
andere gepolariseerde discussies loopt het gesprek vaak snel vast. Wie aandacht
vraagt voor verschillende perspectieven, wordt verdacht van het goedpraten van
gedrag. Nuance wordt relativering, begrip wordt instemming. En wie geen partij
kiest, lijkt geen positie in te nemen. Terwijl begrijpen iets anders is dan
goedkeuren en verantwoordelijkheid nemen niet hetzelfde hoeft te zijn als
schuld bekennen.
Soms zijn
mensen daadwerkelijk schuldig aan wat er is gebeurd. Dan moeten ze daarop
kunnen worden aangesproken. Maar ook dan blijft de vraag wat nodig is om
herhaling te voorkomen.
Wie moet er nu iets doen?
Ontschuldigen vraagt de bereidheid om de werkelijkheid van de ander serieus te onderzoeken, zonder onze eigen overtuigingen bij voorbaat te laten varen. Dat is niet vrijblijvend. Wie zich beschuldigd voelt, gaat zich verdedigen. Wie niet eerst hoeft te erkennen dat hij de boosdoener is, kan makkelijker onderzoeken wat zijn eigen bijdrage is geweest.
Dat geldt voor samenwerkingen, maar ook voor de manier waarop we als samenleving met verschillen omgaan. We hoeven het niet met elkaar eens te zijn om ons toch tot elkaar te blijven verhouden. Maar dat wordt moeilijk wanneer we elkaar vooral als schuldige beschouwen.
Beschuldigen
is comfortabel. Het probleem ligt bij de ander en de oplossing dus ook.
Ontschuldigen is ingewikkelder. Zodra je ophoudt uitsluitend de ander als het
probleem te zien, kun je niet langer om de vraag heen wat je zelf kunt
bijdragen.
En misschien
is dat precies waarom we zo graag blijven beschuldigen.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Dank voor je reactie.
Wil je meer weten over conflicten?
www.conflictenhanteren.nl