donderdag 10 maart 2016

Niets zeggen is ook een interventie ...

De afgelopen tijd volg ik het conflict tussen de Kinderombudsman en de Ombudsman met interesse. Fascinerend hoe een conflict tussen twee personen tot zulke proporties kan groeien.
De reconstructie in De Volkskrant laat een weinig fraai beeld achter. De indruk van achterkamertjes en persoonlijke vetes lijkt door het hele verhaal heen te spelen. Maar misschien is dat niet waar. Misschien is er wel wat anders aan de hand. Om niet geheel duidelijke redenen, heeft de Ombudsman ervoor gekozen geen commentaar te geven of slechts algemene, vooral procedurele opmerkingen te maken. Die laatste blijken niet altijd te kloppen. En dat maakt het er niet beter op.



In ieder geval kan je constateren dat de tijd niet geholpen heeft. Wat eerst begon als een mogelijk verschil van inzicht en een gedachte om eenzijdig te besluiten uit elkaar te gaan, heeft zich ontsponnen tot een landelijke rel.

In veel van dit soort situaties heeft een van de partijen het idee dat je er voor kan kiezen om niks te zeggen. Alsof je daarmee ook niets doet. In de praktijk blijkt keer op keer dat niets doen vaak een enorme impact heeft. Een impact die de nietsdoener geneigd is aan anderen toe te schrijven, want hij had immers niets gedaan. Niets is minder waar. In organisaties denken managers ook vaak dat ze gewoon even kunnen komen kijken bij de medewerkers, 'zonder dat ze iets doen'. Alsof je niets doet als je langskomt. Het feit dat je langsloopt of het feit dat je je onthoudt van commentaar heeft effect op mensen. Het opent een wereld aan gedachten en fantasie. En waar je in een goede verhouding er een positieve inkleuring aan geeft ("Hij heeft er vast alle vertrouwen in dat we het goed doen, en hoeft zich er niet zo nodig mee te bemoeien"), verandert dat naarmate de verhoudingen meer onder druk staan ("Wat moest hij hier? Heb ik iets gemist?'). En als de gespannen verhouding tot een conflict heeft geleid, wordt het nietsdoen, al gauw verdacht. ("Hij heeft vast iets te verbergen, anders zei hij wel wat. Of: Hij voert wat in zijn schild, we moeten ons indekken, anders zijn wij de klos.")



De Ombudsman lijkt al in die latere fase te zijn beland. Met het 'niets zeggen' berreikt hij het tegendeel en versterkt hij de weerstand tegen hem. Als hij niet uitkijkt, is hij straks zelf degene die het veld moet ruimen, met of zonder de Kinderombudsman. Om dat te voorkomen, kan hij beter vertellen wat er aan de hand is. Misschien eerst onder vier ogen of met een neutrale derde erbij. Nu kan het nog. Straks hoeft hij niks meer te zeggen.