donderdag 21 december 2017

Alles is anders dan het lijkt ...

Just a bomb scare
Ik zit op de achterbank van de taxi op weg naar het vliegveld van Derry/Londonderry. Een kort ritje naar het tweede vliegveld van Noord-Ierland. Halverwege neemt de taxichauffeur onverwacht een afslag. Verbaasd vraag ik waarom hij dat doet. Zijn antwoord is kort: ‘Just a bomb scare’. Hoor ik dat goed? Hij herhaalt zijn antwoord alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Dit ritje is de afsluiting van een inspirerende week over conflict resolution aan de universiteit van Ulster. De eerste dagen verdiepten we ons in het Noord-Ierse conflict en spraken tientallen betrokkenen. In 1998 was met het Goede Vrijdagakkoord een belangrijke stap gezet om het conflict te beëindigen. Ik had niet gemerkt dat mensen nog dagelijks leefden met het risico van aanslagen. Thuisgekomen lees ik op pagina 7 van de NRC een klein berichtje. Er was een vrachtwagen met 500 kilo explosieven onder een brug gevonden vlakbij het vliegveld. Ondanks alle feitelijke informatie in de cursus, was mijn beeld dat het conflict in Noord-Ierland tot rust was gekomen. De bomb scare bewees mijn ongelijk. Het is de zomer van 2003.
Hoe leven mensen met conflicten en hoe anders dat is dan het beeld dat je daarvan meekrijgt? Levensbedreigende conflicten zijn voor ons ver weg en lang geleden. Om ze te bevatten, hebben we er vereenvoudigde verhalen en voorstellingen van gemaakt. Die beelden komen naar buiten als je in real life geconfronteerd wordt met de dagelijkse werkelijkheid van een conflict. Net zoals de voorstelling van Mark Zuckerberg zichtbaar werd bij zijn wandeling in virtual reality in Puerto Rico kort na de verwoestende orkanen. De lach op zijn gezicht was illustratief. In het echt voelt het anders. 

Beeldvorming is handelswaar
Een aantal jaar later ging ik op sabbatical naar Israël en de Palestijnse gebieden. Daar werkte ik voor NGO’s die zich bezighielden met het Conflict. Samen met een Israëlische en een Palestijnse projectleider begeleidde ik workshops met vredesactivisten. We bespraken scenario’s voor gedragen oplossingen voor het grote conflict en voor kleinere deelproblemen. Tot zover geen verrassingen. Die kwamen toen we een spannende workshop over de terugtrekking van Israël uit Gaza voorbereiden. ’s Ochtends op CNN en BBC leek het alsof er overal hoogoplopende spanningen en relletjes waren. Het commentaar maakte duidelijk wie de good guys en wie de bad guys waren. Bij de koffie belden we met vredesactivisten ter plaatse. Hun beelden leken in niets op de sensationele berichtgeving op tv. Op de meeste plekken was het rustig, met hier en daar wat gedoe. Veel meer relativering en wederzijds begrip. Informatie is handelswaar, onrust verkoopt. Dat wist ik, maart toch verbaasde ik me over het contrast tussen het beeld in de media en wat wij uit het veld hoorden. De vredesactivisten streden niet alleen tegen de cynici in hun eigen achterban, maar ook tegen de beeldvorming op televisie. Het gaat te ver om dit fake news te noemen, maar het was duidelijk dat de media geen neutrale rol speelden. Ze vergroten de druk en daarmee het risico van escalatie. Niet bepaald de helpende rol van de third side zoals Ury die beschrijft. 

Botsing tussen gelijk en gelijk
Een ander verwonderpunt voor mij was het scherpe contrast tussen inhoud en emotie. Voordat de workshops begonnen was de sfeer vriendelijk, bijna gemoedelijk. Tijdens de workshops waren de discussies scherp, emotioneel en persoonlijk. Hard op de inhoud en (in de pauzes) zacht op de relaties. Palestijnen en Israëli hebben diepgaande meningsverschillen. Tegelijk hebben ze veel meer begrip voor elkaar dan je vanuit een westerse blik zou denken. Zelfs als de emoties hoog oplopen. Amos Oz beschreef treffend dat het niet gaat om een strijd tussen goed en kwaad, maar om een botsing tussen gelijk en gelijk. Een botsing tussen krachtige, diepgaande en overtuigende aanspraak op land en een heel andere, niet minder overtuigende, niet minder diepgaande en niet minder menselijke aanspraak. Dit begrip voor het verhaal van de ander was ook te voelen tijdens de verschillende workshops. Ik moest denken aan een uitspraak van Ehud Barak: “If I were a Palestinian at the right age, I would have joined one of the terrorist organisations at a certain stage.” 

Individuen en groepen
Mijn volgende ervaring betreft de rol van cultuurverschillen. Die deed ik op in een workshop die de twee projectleiders samen hadden voorbereid. Ze hadden afgesproken scenario’s te presenteren waar zowel Israëli als Palestijnen winst uit konden halen. Daarna zou ik de dialoog faciliteren. Bij aanvang van de workshop nam de Palestijnse projectleider het woord. Hij deed dat aarzelend en was non-verbaal op zoek naar steun bij zijn achterban. Toen hij die niet direct voelde, week hij van de afspraken af. Zijn Israëlische collega reageerde verschrikt en geïrriteerd. Ik was ook verrast. Het duurde even voor ik me besefte dat de gekozen aanpak een rol speelde. We waren uitgegaan van individuen die met elkaar de dialoog aangaan en bereid zijn hun eigen mening te delen. Bij de voorbereiding leek dit een goede keus. Naast de inhoudelijke verschillen, kwamen er tijdens de workshop ook grote verschillen in opvattingen aan het licht hoe die verschillen besproken konden worden. Daarbij woog de norm dat de groep boven het individu en zijn mening gaat voor een aantal deelnemers zwaarder dan de inhoud. Daar waren we in de voorbereiding te makkelijk overheen gestapt

Ramallah
Een tijd na mijn sabbatical werd ik uitgenodigd om een midterm review van een people2people project op de Westbank te doen. Ik ging hiervoor een week naar het Midden-Oosten. Toen ik geland was op de luchthaven van Tel Aviv, bleek het toch handiger te zijn naar Ramallah te komen dan naar Oost-Jerusalem. Geen probleem, toch? Allerlei beelden over Ramallah schoten door mijn hoofd terwijl ik mijn voicemail beluisterde. Beelden van tv en uit de krant. Zelf was ik er nog nooit geweest. De belegering van de Muqata van Arafat, executies van mensen die met Israël heulden. Op de tweede dag werden deze beelden eerst versterkt toen de auto die mij zou ophalen in Ramallah niet kwam. Later meldde de chauffeur droog dat er een schietpartij in de stad was. Autodieven stopten niet voor de politie. Er werd geschoten en een deel van de stad was afgezet. De politie was extra streng in verband met de verkiezingen. De chauffeur bracht me naar het VN kantoor in Ramallah. Daar werd bij de koffie gespeculeerd over de volgende aanslag van Al Qaeda. De betrokkenen waren er heilig van overtuigd dat die in Ramallah zou zijn. Dit kon niet uitblijven na de recente aanslagen in Londen, Madrid en Damascus. Immers, Ramallah was een open stad met veel westerse invloeden. Niet gelijk het beeld dat paste bij de imprint die ik van Ramallah had.

Moreel gelijk en controle
Als iets mij duidelijk is geworden tijdens mijn sabbatical, dan is het wel dat partijen heel nadrukkelijk hun eigen werkelijkheid en perceptie hebben. Een perceptie die vaak anders is dan je van buiten in schat. De beelden die je met je meedraagt als buitenstaander, helpen daar vaak niet bij. Om toch een steentje bij te dragen aan een oplossing, helpt het meer om partijen te faciliteren om een gelijkwaardige dialoog te voeren. En daarbij de juiste vorm te vinden en de voorwaarden voor die dialoog te scheppen. Simpel gezegd, maar vaak complex genoeg. Al was het maar omdat ook de manier van gespreksvoering uitgaat van culturele waarden die niet vanzelfsprekend voor alle partijen hetzelfde zijn.
Terwijl ik dit stukje schrijf, is er een regeerakkoord voor Rutte III gesloten. Ik lees in het Parool dat tijdens de formatie van Rutte III aan een van de zijtafels ‘vier weken is gesteggeld over drie zinnen in het regeerakkoord over het Israëlisch-Palestijnse conflict. “Ze dachten dat ze dat hele conflict daar aan de tafel moesten oplossen”, aldus een betrokkene (Parool, 14 oktober 2017). In drie zinnen staat de voorkeur van Rutte III voor een tweestaten-oplossing. “In het Midden-Oosten draagt Nederland bij aan vrede en veiligheid. Nederland benut de goede betrekkingen met Israël en de Palestijnse Autoriteit voor het behoud en de verwezenlijking van de tweestatenoplossing: een onafhankelijke, democratische en levensvatbare Palestijnse staat naast een veilig en internationaal erkend Israël. Nederland zet zich tevens in voor verbetering van de onderlinge relaties tussen Israëliërs en Palestijnen” (Regeerakkoord Rutte III, 10 oktober 2017)
De neiging is ook voor Rutte III om van buiten te willen bepalen hoe het conflict moet worden opgelost. Terwijl we eigenlijk de emotie en historie van het conflict nauwelijks kunnen invoelen. Maar het geeft een gevoel van houvast om een mening te geven over de oplossing van het conflict. Meer dan alleen zeggen dat we partijen willen ondersteunen om een voor hen passende uitweg te vinden, zonder dat wij daar inhoudelijk iets van vinden. Dat is ongemakkelijk en geeft weinig gevoel van controle. En tegelijk lijkt daar de uitdaging te liggen. Een bescheiden opstelling die bovendien recht doet aan de medeverantwoordelijkheid van het westen voor de huidige patstelling. Kunnen we partijen echt serieus nemen en hen empoweren zodat zij de onderhandelingen kunnen voeren om verder te komen? En kunnen we ons morele gelijk aan de kant zetten en echt kijken hoe we partijen kunnen ondersteunen om zelf stappen te zetten. Wat dat ook mag betekenen.

--- Deze blog is verschenen als artikel in het themanummer over Oorlog en Vrede van het Tijdschrift Conflicthantering ---

Literatuur
J. Andrews (2015) The world in conflict. Understanding the world’s troublespots. Profile Books, London.
M. Gilbert (2005). The Routledge Atlas of the Arab-Israeli Conflict. Eighth edition, Routledge, Taylor & Francis Group.
A. Oz (2004) Hoe genees je een fanaticus. Novib – De Bezige Bij
W. Ury (2000) The third side. Why We Fight and How We Can Stop. Penguin Books

woensdag 26 juli 2017

Ik begrijp je liever niet echt ...

... dan dat ik de lont in het kruidvat gooi
Een paar weken geleden werd ik uitgenodigd op een gesprek bij een organisatie in zwaar weer. Verschillende spelers maakten zich zorgen, de bestuurders waren druk om de lekken te dichten en plannen te maken voor de toekomst. De resultaten verbeterden (nog) niet. En de vraag was: kan je ons helpen om de juiste dingen te doen en de resultaten te verbeteren? Een begrijpelijke vraag om meer grip te krijgen op de problemen en de organisatie weer gezond te maken. Tegelijk was voelbaar dat het niet alleen over inhoud ging. Ook de onderlinge verhoudingen tussen de belangrijkste spelers stonden onder druk. In bilaterale gesprekken werd aangegeven dat de verhoudingen 'niet optimaal' waren. In gezamenlijke gesprekken werd er alles aan gedaan om te voorkomen dat het over de onderlinge verhoudingen ging. Ik vroeg me af of het te spannend was om dit onderwerp aan te snijden of dat er wat anders speelde. Zou het persoonlijk consequenties kunnen hebben waar de spelers voor terugdeinsden? 


Ongemak

In deze specifieke situatie ken ik het antwoord niet. Uit andere situaties herken ik het ongemak en het gevoel dat niet alles wordt gezegd. Het lijkt vaak alsof spelers zich vasthouden aan inhoud en het vraagstuk dat de gemoederen bezighoudt. En de vraag niet bespreken waarom ze samen niet uit dat vraagstuk komen. Dus gaat het gesprek over de verschillende perspectieven. En de pogingen elkaar te overtuigen. Daar is niks op tegen. Dat verandert als de discussie zich herhaalt, de standpunten verharden en de onderlinge spanning toeneemt. Dan begint het inhoudelijke verschil van inzicht de verhoudingen te beïnvloeden. De spanning in de inhoud begint het beeld van de ander te kleuren. Als dat lang genoeg duurt, keert het zich ook om: dan gaat de spanning in de verhouding de inhoud kleuren. Dan kijk je niet meer neutraal naar de ander en zijn argumenten, maar vertrouw je de ander niet meer helemaal en hoor je de inhoud door een filter.





Het veilige gesprek

Ik heb het idee dat we te lang in de inhoud blijven hangen. Daarbij besef ik me dat hierbij enige beroepsdeformatie aan mijn kant kan meespelen. Tegelijk is duidelijk dat de inhoudelijke discussie ook veiligheid biedt. De veiligheid van het nog een keer herhalen van al bekende standpunten. De veiligheid van de rationele puzzel waarin we nog een keer onderzoeken of we wel objectief de beste optie hebben gekozen. De veiligheid van nog een plan opstellen of nog een keer laten toetsen of wel de juiste interventies zijn bedacht. Terwijl het vaak allang tijd is om (ook) dat andere gesprek te voeren. Als je op tijd bent, kan dat prima zonder hulp en kan dat ook nog helpen het ongemak te bespreken. Kan het helpen om de relatie te verbeteren en mogelijk zelfs het ongemak productief te maken. Dat ongemak verwijst vaak ook naar zaken die we nog niet op tafel hebben gehad. Wacht je te lang, dan wordt dat gesprek lastiger en kan het alleen met een neutrale derde erbij. Anders is de kans erg klein dat je het verhaal van de ander nog met een open mind kan horen. Het zoeken naar common ground wordt dan wel heel ingewikkeld.


Het andere gesprek

Dat andere gesprek vraagt lef en bereidheid het risico te nemen dat er iets gebeurt dat  je niet voorziet of in de hand hebt. En dat gevoel van verlies van controle willen we het liefst vermijden. Liever houden we de schijn van controle en ontkennen we de dynamiek die zich voltrekt. Ook al begrijpen we elkaar niet en lopen de verliezen op. Hier moest ik aan denken toen ik een vertrekkende manager sprak. Het bestuur had in reactie op de aankondiging van het vertrek gereageerd met de opmerking: ‘Het was altijd de vraag hoe lang jij nog zou blijven.’ Soms helpt ontkennen om verder te gaan en te focussen op (andere) belangrijke zaken. “Denial is a river in Egypt". Soms maakt ontkennen het alleen maar erger. Dan is het meer een manier om te zeggen: 'ik durf het niet aan'.

De uitdaging is om te durven zoeken naar wat helpt om tijdig (eerder dan we geneigd zijn) de plek der moeite op te zoeken. In de wetenschap dat het de schade uiteindelijk beperkt. In periodes van stress en spanning val je terug op je routines. Alles in ons verzet zich juist dan tegen het opzoeken van het ongemak. En juist dan is het van de grootste waarde. Dat werkt alleen als je in staat bent onder druk je ratio te laten winnen van je gevoel, het ongemak op te zoeken en doen wat tegennatuurlijk voelt. 

Dat lijkt een weinig aantrekkelijke opgave ...
















woensdag 19 april 2017

Ik ben okay, jij niet.

Onder spanning raken we elkaar kwijt. Een inzicht dat we allemaal kennen. Maar wat je snel vergeet als je zelf onder spanning staat. Dan richt je je meer en meer op je eigen gedachten. Je eigen afwegingen. Onder spanning probeer je nog steeds jezelf te blijven. Ik doe ook onder spanning erg mijn best om redelijk te zijn en oog te houden voor wat ik echt belangrijk vind. Lees: ook onder spanning heb ik het beste met mezelf en anderen voor. Het komt onder spanning alleen soms wat rottig mijn strot uit. Maar dat ligt aan die spanning, die druk, dat gebrek aan slaap. Niet aan mij. Ik doe ook maar mijn best. Toch?

Tegelijk heb ik onder spanning minder aandacht voor die ander. Die collega waar ik last van heb, die patient waarvoor het nooit genoeg is, die ambtenaar die zich achter de regels verschuilt. En ik ga toch steeds opnieuw de discussie aan. Waarom wil hij me niet begrijpen?
Na wat heen en weer pingpongen, ben ik er klaar mee. Niet nog een keer datzelfde verhaal! Niet weer diezelfde argumenten! Heb je hem weer. Ik blijf zo redelijk, maar wat is hij eigenlijk een ....

Dit kan je zien als de fundamentele attributiefout. Als het goed gaat, ligt het aan mezelf. Als het fout gaat aan de omstandigheden. Als de ander onaardig doet, ligt het aan hem of haar. Als hij ondanks de spanning iets goed doet, is dat logisch, komt het door de omstandigheden, door de druk, maar zeker niet door hem zelf. Zo zijn we allemaal in elkaar gezet, zo werkt het in onze hersenen. We hebben geleerd daar bewust mee om te gaan, anders zouden we constant gedoe hebben. Maar als je onder druk staat, wordt het veel lastiger die ander te blijven zien als een complexe persoon met net zoveel hebbelijkheden en onhebbelijkheden als jijzelf. Onder druk, wordt die ander steeds platter en simpeler. Tijdgebrek, druk en stress versterken deze neiging. Slaapgebrek past ook in dit rijtje. Dan viert de fundamentele attributiefout hoogtij en kunnen escalaties makkelijk optreden. Het is wel zo overzichtelijk, maar vaak niet erg behulpzaam.
(Plastisch geïllustreerd in deze vechtscene uit Toren C).

Als je merkt dat dat gebeurt, zou het helpen als er een lampje gaat branden of een belletje gaat rinkelen: Alarm, je blik vernauwt zich! Kijk uit, de escalatie is in volle gang! Helaas gebeurt dat niet. Wat dan enig houvast kan bieden om escalatie een halt toeroepen, is de wetenschap dat het kan helpen om de druk te verminderen of een time-out te nemen. En als dat niet helpt, zijn er genoeg betrokken of niet-betrokken buitenstaanders die kunnen helpen om met elkaar weer terug te komen in het goede gesprek. Mediation of mediationvaardigheden kunnen daar goed bij helpen. Al was het maar om elkaar weer te kunnen gaan horen en zien als meer dan alleen de veroorzaker van het probleem.

En soms is het al genoeg om de druk te verminderen door er gewoon een nachtje over te slapen.
Dat kan ook wonderen doen.

dinsdag 28 maart 2017

We gaan toch nooit vrienden worden ...

"Het gesprek aangaan heeft geen zin, we komen er toch niet uit.
“We gaan nooit vrienden worden.”
“Mensen veranderen niet. Dus we moeten het gedoe accepteren of weggaan."

Wie herkent deze verzuchtingen niet? Kennelijk leven we met de veronderstelling dat er maar een paar uitkomsten zijn uit een netelige situatie: Of je valt elkaar in de armen, of je bevriest het conflict en gaat er zo goed en zo kwaad als het kan mee om, tenminste als je elkaar niet de hersens in wilt slaan. 


De eerlijkheid gebiedt me te schrijven dat ik er vroeger ook wat simpeler over dacht dan nu. Na jaren conflicten en gedoe te hebben begeleid, heb ik gemerkt dat er vaak veel meer mogelijk is dan je vooraf bedenkt. Niet omdat je vooraf te weinig moeite doet of dat er in de gesprekken wonderen gebeuren. Maar meer omdat er veel meer mogelijk wordt als je in staat bent om serieus het gesprek aan te gaan en in staat bent de ander echt te horen. Dan kan de vijandigheid en de emoties veranderen. En vanuit een ander gevoel, kunnen er andere oplossingen worden gevonden. Er kan dan ruimte ontstaan voor het zoeken naar wegen waarin gezamenlijke belangen gediend kunnen worden. Alleen zijn die niet altijd te vinden. Niet altijd zijn er gezamenlijke belangen. 
In de praktijk blijken er dan vaak nog wel oplossingen te zijn die de verschillende belangen dienen. Oplossingen die tegemoetkomen aan verschillende belangen. Dit leidde in een conflict tussen bestuur en medezeggenschap bijvoorbeeld enerzijds tot aangepaste afspraken over de invulling van de taakverdeling tussen niveaus van medezeggenschap in combinatie met investeringen in opleidingen en anderzijds tot aanpassingen in de structuur.

Soms ook is het voldoende om de verschillen te kennen en te erkennen. Omdat iedereen eigenlijk best kan leven met het kennen van die verschillen zonder een ultieme oplossing. In een workshop over de Brexit daags na het referendum, bleek dit bijvoorbeeld een waardevolle stap. 
Tolereren van verschillen, verdragen van spanning, samenleven met respect en ruimte voor verschil als oplossing wordt vaak onderschat. Alsof dat eigenlijk mindere oplossingen zijn dan een dramatische ontknoping met verzoening als slotakkoord. Veelal is een van die andere opties een hele stap vooruit en helpt het om de spanning te verminderen. Daarmee kan het weer leefbaar en werkbaar worden. En nee, dat maakt je tegenstander nog geen nieuwe vriend. Maar vaak ontstaat er zo wel de ruimte om de ander weer meer te gaan zien als partij waarmee kan worden samengewerkt. 

Of zoals Amos Oz ooit schreef:

"Vrede is, net als het leven zelf, geen uitbarsting van liefde of een mystieke eenwording van vijanden, maar een eerlijk en verstandig compromis tussen twee tegenstrijdige belangen."