Over kleine interventies en grote conflicten
Soms zegt iemand in één zin iets dat blijft hangen.
Een paar weken geleden liep ik gehaast naar mijn auto, ik dreigde te laat te komen bij een gesprek in een organisatie waar een conflict speelt dat inmiddels
behoorlijk is geëscaleerd. Onderweg kwam ik een advocaat tegen.
Terwijl we elkaar passeerden zei hij lachend: “En, weer op weg om gebakken
lucht te verkopen?”
Ik zei iets terug in de trant van: “Nee, daar ben ik
niet zo goed in.”
Maar onderweg bleef die opmerking terugkomen.
Waar gaat zo’n uitspraak eigenlijk over?
Over scepsis richting mediation? Over ongemak bij alles wat niet direct tastbaar of juridisch afdwingbaar is? Of misschien over iets anders: over hoe we naar conflicten kijken? Alsof conflicten uiteindelijk vooral een kwestie zijn van volwassen gedrag. Van even normaal doen. Even professioneel blijven.
Ik hoor het vaak:
“We zijn toch geen kleuters?”
“Als professional laat je je emoties thuis.”
“Dit moet toch gewoon op te lossen zijn?”
Alsof een conflict ontstaat doordat mensen zich
onvolwassen gedragen.
Maar zo werkt het zelden
Bijna niemand kiest ervoor om in een conflict terecht te
komen. Het begint klein. Een irritatie. Een gevoel niet gehoord te worden. Een
besluit dat niet goed valt. Tijdsdruk. Vermoeidheid. Wantrouwen.
En ergens onderweg gebeurt er iets verraderlijks: de
dynamiek neemt het over. Mensen gaan meer uitleggen, terwijl de ander juist
minder hoort. Ze gaan harder hun best doen, maar raken verder van elkaar
verwijderd. Ze verdedigen zich en doen daarmee precies datgene waarvan ze
worden beschuldigd.
Dat is misschien wel het ongemak van conflict:
verstandige mensen doen onverstandige dingen. Niet omdat ze dat willen, maar
omdat conflict iets doet met ons vermogen om nieuwsgierig en ontvankelijk te
blijven.
De neiging om het “op te lossen”
In organisaties wordt de oplossing vaak gezocht in
structuur. Een andere taakverdeling. Duidelijkere verantwoordelijkheden.
Strakkere overlegstructuren. Soms helpt dat.
Maar net zo vaak schuift het iets anders opzij: de vraag
wat mijn gedrag met jou doet en wat jouw reactie vervolgens weer met mij doet. En
daar wordt het ingewikkelder. Het vraagt dat ik bereid ben te zien dat mijn
manier van spreken of handelen effect heeft op de ander. Dat ik misschien
inhoudelijk gelijk heb, maar dat de manier waarop ik het breng maakt dat jij je
niet gezien voelt. Of niet serieus genomen. Of onzeker.
En dat ik dat belangrijk genoeg vind om er iets mee te doen. Als dat verandert, verandert er vaak meer dan met welke inhoudelijke afspraak dan ook. Omdat het iets zegt over de plek die de ander voor mij inneemt.
En dan gebeurt er zo’n moment
“Ik vind wel dat we over onze eigen schaduw heen moeten
stappen. Dat doe ik zelf ook.”
Voor de één een redelijke oproep. Voor de ander een
ontkenning van jaren van gedoe en ongepast gedrag. Binnen een paar seconden
kantelt de sfeer. De één voelt zich niet gezien. De ander begrijpt niet wat er
misgaat en blijft bij zijn punt. En voor je het weet zit je weer midden in
dezelfde dynamiek die zich door zo’n opmerking juist verder vastzet. In dit
geval hielp een korte pauze om verdere escalatie te voorkomen. Geen groot
gebaar. Geen doorbraak. Maar net genoeg om weer te kunnen zien wat er gebeurde,
in plaats van er volledig in mee gesleept te worden.
Dat is het werk
Misschien lijkt conflictbegeleiding van buitenaf soms op
gebakken lucht, juist omdat de interventies klein zijn. Een gesprek vertragen. Een
zin terugleggen. Zichtbaar maken wat er gebeurt tussen mensen, terwijl het
gebeurt. Maar precies daar begint de beweging. Niet in het overtuigen van de
ander. Niet in de perfecte oplossing. Maar in het moment waarop mensen weer
kunnen horen wat de ander zegt en hoe dat binnenkomt.
Soms zie je wat dat oplevert
Een paar maanden geleden werd ik ingeschakeld bij een
vastgelopen samenwerking in een stuurgroep. Als er niets zou gebeuren, zouden verschillende
deelnemers zich terugtrekken en was het programma feitelijk voorbij. Na enkele
gesprekken was de sfeer merkbaar veranderd. Niet perfect, wel werkbaar. We
spraken af om elkaar voor de zomer nog een keer te spreken.
Afgelopen week werd ik gebeld. De boodschap: het liep zo goed, dat er eigenlijk geen aanleiding meer was om dat gesprek nog te voeren.
En gebakken lucht?
Misschien. Maar als dit gebakken lucht is, dan is het
wel het soort dat voorkomt dat dingen vastlopen, dat mensen afhaken en dat
samenwerking ontspoort.
Misschien is het probleem niet dat het niets is, maar dat het moeilijk te zien is of vast te pakken. En juist daarom wordt het vaak onderschat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Dank voor je reactie.
Wil je meer weten over conflicten?
www.conflictenhanteren.nl